Wat is biologisch en wat is de beoogde doelstelling van de Nederlandse regering?
De Nederlandse regering heeft de ambitie dat in 2030 15% van het landbouwoppervlak voor biologische landbouw wordt gebruikt. Het huidige biologische landbouwoppervlak is ruim 5%. Daarnaast wil het kabinet inzetten op meer biologische consumptie en een grotere afzetmarkt. Om de voortgang hiervan te meten, zijn twee sectorbrede monitoren ontwikkeld: de Monitor Actieplan Biologisch (sinds 2022) en de BioMarktMeter (sinds 2024).
Bij de productie van biologisch wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu en dierenwelzijn. De eisen en voorschriften zijn vastgelegd en moeten voldoen aan Europese wetgeving. Het instituut Skal certificeert en controleert in opdracht van de overheid of de voorschriften worden nageleefd. Biologische producten zijn herkenbaar aan het Europees biologisch keurmerk. EKO (biologische geteelde producten uit Nederland) en Demeter (kwaliteitskeurmerk voor biodynamische landbouw en voeding) dragen ook het Europees biologisch keurmerk.
Wat is de bijdrage van de Nederlandse supermarkten aan het verhogen van het omzetaandeel biologisch?
Supermarkten kunnen een belangrijke rol spelen in het vergroten van de biologische afzetmarkt en consumptie. Het omzetaandeel van biologische voedselproducten verschilt tussen de supermarkten. Ekoplaza en Odin verkopen uitsluitend biologisch voedsel met uitzondering van producten die niet biologisch gecertificeerd kunnen zijn zoals water, zout en wild vlees en vis. Het totale aandeel van biologische producten als percentage van de totale voedselomzet is in de figuur hierboven overduidelijk het hoogst bij de uitsluitend biologische supermarkten Ekoplaza en Odin (bijna alle omzet). Bij de niet-uitsluitend biologische supermarkten varieerde het aandeel in 2025 tussen 0,4% (Nettorama) en circa 5,6% (Albert Heijn en Picnic); bij al deze supermarkten is dit aandeel in de periode 2023-2025 licht gegroeid. In de gehele Nederlandse supermarktbranche waren de totale consumentenbestedingen aan biologische voedselproducten gemiddeld bijna 4% in 2025, dat is een stijging van enkele tienden procent ten opzichte van 2024 toen het aandeel op ruim 3% uitkwam (Logatcheva, 2025 Monitor Duurzaam Voedsel). In dit percentage zijn ook de bestedingen van de veelal kleine (buurt)supermarkten meegerekend die niet in het dashboard zijn opgenomen.
Het dashboard geeft daarnaast ook inzicht in het aandeel biologische (huismerk)voedselproducten per productcategorie. Albert Heijn, ALDI, Dirk, Ekoplaza, Jumbo, Lidl en SPAR hebben deze data alleen voor 2025 gedeeld. SPAR heeft data aangeleverd die op 76% van het voedselassortiment zijn gebaseerd; 1,02% van de omzet van dit deel en 1,92% van de huismerkomzet binnen dit deel is voor biologische producten. Het is niet bekend of dit ook representatief is voor de 24% die niet is meegenomen in de data. De gegevens van SPAR zijn hierdoor niet in de grafieken opgenomen omdat deze niet goed vergelijkbaar zijn met de gegevens van andere supermarkten. Hoogvliet, Odin en PLUS hebben ook data van 2024 gedeeld. Dekamarkt en Picnic hebben data voor de drie jaar gedeeld (2023-2025). De cijfers tonen dat er een groot gat is tussen de biologische supermarkten Ekoplaza en Odin en de andere supermarkten. Van de andere supermarkten is Albert Heijn de koploper in biologisch, op de voet gevolgd door Picnic. Daarnaast laat Lidl zien dat het ook als discounter mogelijk is om het omzetaandeel biologisch te laten groeien en daarmee biologische producten bereikbaar te maken voor iedereen. Voor de meeste supermarkten geldt dat zij het grootste omzetaandeel biologische producten hebben in de productcategorie eieren. In de productcategorie vis, schaal- en schelpdieren is het omzetaandeel biologisch het laagst.
Albert Heijn, Dirk, Hoogvliet, Jumbo, Lidl, Picnic en PLUS hebben doelstellingen geformuleerd op de omzet van biologische producten. Deze doelstellingen verschillen van elkaar als het gaat om de afbakening (totaal assortiment, huismerkassortiment of AGF-productcategorie), het jaartal waarin ze de doelstelling willen behalen, het percentage dat als doel is gesteld en de voortgang hierop (zie tabel hierboven).