Voedselverspilling bij supermarkten

Voor de productie, verwerking, distributie en bereiding van voedsel worden water, land en energie gebruikt. Dit heeft een grote impact op het klimaat en de leefomgeving en daarom is het belangrijk dat er zo min mogelijk voedsel wordt verspild. Het terugdringen van voedselverspilling in winkels, in de toeleveringsketen en bij de consument kan de maatschappelijk kosten hiervan beperken en supermarkten kunnen hierin een belangrijke rol spelen. De informatie in dit dashboard biedt inzicht in de voedselverspilling die in de supermarkten plaatsvindt.

Voedselverspilling per supermarkt

ALDI: inclusief voedsel dat naar de Voedselbank gaat
Boon: inclusief voedsel dat naar veevoer gaat
Lidl: De gegevens zijn op basis van gebroken boekjaar maart tot en met februari
SPAR: inclusief voedsel dat naar Too Good To Go pakketten, de Voedselbank en veevoer gaat

Voedsel bestemd voor veevoer per supermarkt

De waarden 0,00 betekenen dat bij deze supermarkten geen voedsel naar veevoer gaat
Lidl: De gegevens zijn op basis van gebroken boekjaar maart tot en met februari

Hoe wordt voedselverspilling berekend?

De berekeningsmethodiek voor voedselverspilling is gebaseerd op de Europese definitie: Als voedsel bedoeld voor menselijke consumptie hiervoor niet wordt gebruikt en de verloren gegane producten niet ingezet worden als veevoer, is er sprake van voedselverspilling (Europese Unie, 2019). De stichting ‘Samen Tegen Voedselverspilling’ hanteert ook de Europese definitie. Dit betekent dat het voedsel dat een nieuwe bestemming als veevoer krijgt, niet gezien wordt als voedselverspilling en daarom niet is opgenomen in de berekening. Het is voor beleidsdoeleinden wel relevant om te zien welk aandeel van het voedsel in veevoer terechtkomt en daarom zijn deze cijfers apart gepresenteerd. Voedsel dat alsnog bij de consument terechtkomt via anti- verspillingsacties in de winkels, in de vorm van donaties aan de voedselbank of via Too Good to Go of soortgelijke pakketten, wordt niet gezien als voedselverspilling en is dan ook niet opgenomen in de berekening van voedselverspilling.


Het branchegemiddelde voor voedselverspilling in 2025 is 1,20% van het inkoopvolume, een stijging ten opzichte van 2023 en 2024 waarin de voedselverspilling 0,89% en 0,92% bedroeg. Tussen 2018 en 2023 realiseerde de sector een reductie van 34%. Het niet doorzetten van de daling in voedselverspillingscijfers wordt deels verklaard door betere data waardoor nauwkeuriger kan worden gemeten.

Wat is de ambitie voor het reduceren van voedselverspilling?

De Nederlandse overheid heeft in lijn met de doelstelling van de Verenigde Naties de ambitie uitgesproken om de voedselverspilling met 50% te reduceren in 2030 ten opzichte van 2015. De stichting Samen Tegen Voedselverspilling is een samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties die gezamenlijk aan deze doelstelling werken. Een groot deel van de Nederlandse supermarkten is aangesloten bij Samen Tegen Voedselverspilling.


Het percentage voedselverspilling verschilt per supermarkt en is voor alle supermarkten relatief laag en de ontwikkelingen in de afgelopen drie jaar zijn beperkt. De getallen lagen in 2025 tussen 0,48% (Dirk) en 3,04% (Ekoplaza) van het ingekocht volume als we kijken naar de supermarkten die de berekening op basis van de Europese definitie hebben kunnen maken. Voedselverspilling van biologische supermarkten schommelt relatief veel en is vaak wat hoger dan bij niet-uitsluitend biologische supermarkten door minder goede afstemming tussen vraag een aanbod als gevolg van aanbodschommelingen in de veel kleinere biologische toeleveringsketens. Albert Heijn, Dekamarkt, Dirk, Hoogvliet, Jumbo, Lidl, Odin, Picnic en PLUS presenteerden in 2025 voedselverspillingcijfers onder het branchegemiddelde van 1,20%. Het aandeel voedsel dat een nieuwe bestemming als veevoer krijgt (in percentage van het totale ingekochte volume) lag tussen de 0,00% (Ekoplaza en Picnic) en 0,37% (Dekamarkt).